Ruimte voor agroproductie in gebouwen?

Het advies Ruimte voor agroproductie in gebouwen? gaat over ‘de andere helft van de Nederlandse landbouw’: glastuinbouw (voedsel en sierteelt) en intensieve veehouderij (met name pluimvee, varkens, kalvermesterij). Het deel dat voor veel mensen minder zichtbaar is en dat in economische waarde en arbeidsproductiviteit bijna niet onder doet voor de bodemgebonden landbouw, maar op een aanzienlijk kleiner areaal. Nederland speelt een belangrijke rol in deze mondiale industrie. Met het advies roept het CRa op om het gesprek over de toekomst van voedselproductie in onze dichtbevolkte delta in de volle breedte te voeren. Dat betekent óók zichtbaar en bespreekbaar maken van de (on)mogelijkheden van die ‘andere helft van de landbouw’. Met het oog op urgente knelpunten, maar zeker ook gericht op de langere termijn. Want de agrosector heeft dringend behoefte aan een visie op de toekomst.

Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving Jannemarie de Jonge: “We moeten ruimtelijk sturen op glastuinbouw en intensieve veehouderij als circulaire industriële sectoren. Op randvoorwaarden (hoe?), ontwikkelruimte (waar en welke schaal?) en zeker bij de intensieve veehouderij, ruimtelijk gericht saneren (waar niet meer?).”

Aanbevelingen

In het advies ‘De economie van de toekomst begint in de delta’ (2024) stelt het CRa dat de gebouwgebonden agroproductie ruimtelijk om een andere benadering vraagt dan landbouw die van (vruchtbare) bodems afhankelijk is. Het is een industriële productietak met eigen ordenende principes. En is nauwer verbonden met logistieke systemen, de nabijheid van aanleverende en afnemende bedrijven en de beschikbaarheid van energie en grondstoffen, dan met de bodem. Een toekomstgerichte visie hierop vertrekt vanuit vastgestelde beleidsdoelen voor circulariteit, hernieuwbare energie, de eiwittransitie en dierwaardigheid.

Het CRa doet in het advies aanbevelingen langs drie sporen: omgevingsbeleid, ontwerpend onderzoek en gebiedsprocessen. Alle drie de sporen zijn -parallel- nodig om tot realistisch, inhoudelijk gefundeerd beleid met draagvlak te komen.
Belangrijke aanbevelingen zijn:

  • Zet de lijn uit het Voorontwerp Nota Ruimte voort in het Ontwerp Nota Ruimte en onderscheid de gebouwgebonden agroproductie van grond/bodemgebonden landbouw. Overweeg hierbij om deze thematiek niet (alleen) in het hoofdstuk over landbouw en natuur te plaatsen, maar (ook) bij het hoofdstuk over de ‘Beweging naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving’ waar netwerken en principes van industriële ecologie centraal staan. De uitwerking van het beleid voor de gebouwgebonden agrosectoren vragen een nauwe samenwerking tussen de ministeries ‘Klimaat en Groene Groei’, ‘Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur’, ‘Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening’ en ‘Infrastructuur en Waterstaat’ en de andere overheden.
     
  • Zet ontwerpend onderzoek in om ruimtelijke en sectorale kennis te verbinden. Het ontwerpend onderzoek naar toekomstbestendige ruimtelijke condities voor de glastuinbouw, dat gelijk met dit advies is gepubliceerd, illustreert welke inzichten dat kan opleveren. Het ruimtelijk sturen op uitwisseling van warmte, CO2 en water is nodig om de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale glastuinbouw te maken. Tegelijkertijd kan de glastuinbouw zo bijdragen aan oplossingen voor industriële en stedelijke opgaven. In het advies geeft het CRa een aanzet voor een onderzoeksagenda.
  • Zet in gebiedsprocessen een ontwerpende aanpak in.  Algemene ontwerpprincipes en beleidsuitgangspunten voor gebouwgebonden agroproductie vragen gebiedseigen uitwerkingen. In gebieden met hoge concentraties glastuinbouw en intensieve veehouderij helpt een ontwerpende aanpak om kennis- en visievorming te verbinden met de besluitvorming. Kijk daarbij verder dan het landelijk gebied. De relatie met stedelijke en industriële systemen vraagt een ruimere begrenzing.
     
  • Onderzoek (ontwerpend)  de toekomst van de glastuinbouwclusters op de lange termijn en het nationale niveau. Bepaal daarbij vestigings- en inrichtingsfactoren in kansrijke clusters voor de korte en middellange termijn.
     
  • Werk in overleg met provincies, gemeenten en waterschappen een complementair beleidsbouwwerk van visie, kaders en normen uit, om gericht te kunnen sturen op de ruimtelijke ontwikkeling (en sanering) van de veehouderij.
     
  • Onderzoek (ontwerpend) de toekomst van de gebouwgebonden veehouderij op korte, middellange en lange termijn en (trans)nationaal niveau. Er is zowel onderzoek en visievorming nodig om een beeld te krijgen van de omvang en (ruimtelijke) ontwikkeling van een toekomstbestendige en circulaire gebouwgebonden veehouderij als welke deelgebieden op lange termijn potentie hebben voor doorontwikkeling van intensieve veehouderij, in welke omvang en onder welke voorwaarden (denk aan ligging ten opzichte van infrastructuur, toekomst verstedelijking, natuurgebieden, ontwikkeling waterrijke gebieden als gevolg van klimaatadaptatie, etc) en in welke gebieden omschakeling en sanering aan de orde is.

Politieke keuzes

De WUR maakte in 2024 aan de hand van een aantal kerndilemma’s inzichtelijk waarover in ons land en binnen de Europese Unie keuzen gemaakt moeten worden. Ze gaan over de mate waarop we zelfvoorzienend willen zijn, over de rol van de veehouderij, of we klimaat- en natuurdoelen per lidstaat op maat maken of gedeelde doelen hanteren, op welke schaal we voedselproductie kunnen combineren met natuurherstel en in hoeverre we het consumentengedrag willen sturen.
Het CRa advies doet geen uitspraak over deze dilemma’s. Ruimte voor gebouwgebonden agroproductie is afhankelijk van politieke keuzes.

Beeld: ©Kadir van Lohuizen
Koppert Cress is gelegen in het Westland. Het bedrijf is gespecialiseerd in de teelt van kiemen en microgroenten en andere eetbare bladeren en bloemen. Hun kassen zijn bijzonder innovatief. Er wordt gebruikgemaakt van LED verlichting voor de optimale groeicondities en kwaliteit, en om energiekosten te besparen.