Rijksbreed samenwerken voor een gezonde bodem
Volgens het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) kan rijksbreed samenwerken aan gezonde bodems de relatie tussen beleid en uitvoering versterken. Daarnaast biedt dit kansen om de interdepartementale integraliteit van het bodembeleid een impuls te geven. Gezonde bodems zijn immers ook positief om beleidsdoelen te halen voor o.a. leefbare steden, voedselzekerheid, klimaatadaptatie en waterkwaliteit en -kwantiteit. Het CRa beveelt aan om een lerend praktijkprogramma in te richten, waardoor realistisch beleid ontwikkeld kan worden, in samenhang met uitvoering, en gericht op meervoudige waarden. Het ministerie van IenW zou verantwoordelijkheid moeten nemen voor de coördinatie van dit programma.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) vroeg in september 2024, in samenspraak met de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) om een advies over de vraag welke bijdrage de rijksgronden kunnen leveren aan een gezonde bodem. Op 20 maart 2025 bood Rijksadviseur Jannemarie de Jonge het advies aan Jaap Slootmaker, DG Water en Bodem bij het ministerie van IenW aan.
Een gezonde bodem heeft de afgelopen jaren aan belangstelling gewonnen. Dat is begrijpelijk: een gezonde bodem levert essentiële ecosysteemdiensten en is daarmee de basis onder ons bestaan. Zonder gezonde bodem hebben we geen voedselzekerheid, biodiversiteit of veerkracht om weersextremen op te vangen. De huidige staat van de bodem laat echter te wensen over en de manier waarop we onze bodems beheren is niet altijd gericht op meervoudig gebruik.
De focus van de adviesvraag ligt op de bijdrage die rijksgronden kunnen leveren aan gezonde bodems. Die focus is logisch. Het Rijk moet vanuit de algemene zorgplicht in de Omgevingswet voor een veilige en gezonde bodem zorgen en activiteiten nalaten die daarmee strijdig zijn. Daarbij bestaat maar liefst 13% van de Nederlandse bodem uit rijksgronden. Kansen volop dus.
